Seksueel Misbruik

Katholieke Kerk en het misdadig seksueel misbruik

Alleen daar houdt men van u waar gij u zwak kunt tonen zonder dat men daar misbruik van maakt
- Theodor Adorno

Inleiding

Paus emeritus Benedictus XVI, geboren als J.A. Ratzinger, was de 265e paus van de R.K.K.. De Duitse geestelijke werd op 19 april 2005 verkozen tijdens het conclaaf van april 2005, dat werd gehouden na de dood van zijn voorganger, paus Johannes Paulus II. Als paus stond Benedictus XVI aan het hoofd van de Katholieke Kerk en was hij soeverein staatshoofd van Vaticaanstad.
Benedictus trad op 28 februari 2013 terug uit het ambt. Sindsdien draagt hij de titel 'paus emeritus'. Deze paus en drie kardinalen moeten vervolgd worden wegens misdaden tegen de mense-lijkheid. Dat vindt SNAP, een internationale organisatie van slachtoffers van seksueel misbruik gepleegd door dienaren van de Katholieke Kerk.


Samen met de mensenrechtenorganisatie Center for Constitutional Rights (CCR) heeft SNAP op 13 september 2011 een klacht ingediend bij de aanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Beide organisaties dringen aan op vervolging van de kerkbestuurders zoals bleek tijdens een persconferentie op deze dag in Voorburg.

Volgens het klachtschrift, vergezeld van een dossier van maar liefst 20.000 pagina's, was decennialang sprake van een systematische en wereldwijde praktijk van verkrachtingen en andere seksuele misdrijven begaan door Katholieke Kerkdienaren. De paus en de kardinalen maakten het misbruik mogelijk, dekten het toe en verzuimden maatregelen te nemen, aldus de aanklacht.

Volgens het Statuut van het Internationale Strafhof kunnen verkrachting, aanranding en marteling misdaden tegen de menselijkheid zijn, indien ze deel uit maken van 'een wijd-verbreid of stelselmatig patroon'. Volgens een VN-verdrag kunnen deze misdaden niet ver-jaren. Toch is het de vraag of de klacht enige kans maakt. Het Vaticaan erkent het Internationaal Strafhof namelijk niet. Over de invloed van macht gesproken.

Misbruikslachtoffers uiten zware kritiek

Slachtoffers van seksueel misbruik (december 2011) binnen de Katholieke Kerk zeggen dat ze anderhalf jaar hebben moeten wachten op een spijtbetuiging van deze kerk. 'Een duidelijke en open erkenning van de begane misdaden tegen minderjarige kinderen is tot dusver uitgebleven', volgens hen. Dat zegt slachtofferorganisatie Klokk op 9 september 2013, een dag voordat het eindrapport van de commissie Deetman verschijnt.

Volgens Klokk is er nog steeds geen beleid openbaar gemaakt dat seksueel misbruik binnen katholieke instellingen moet voorkómen. Klokk verwacht dat er uit het wetenschappelijk onderzoek van de commissie Deetman zal blijken dat er veel meer slachtoffers zijn dan tot nu toe bekend is geworden. "Ik denk duizenden", aldus Guido Klabbers namens Klokk (hij moest eens weten hoe gelijk hij kreeg).

"Die verhalen gaan niet alleen over seksueel misbruik maar ook om fysiek- en machtsmis-bruik". Klabbers denkt ook dat zal blijken dat de Katholieke Kerk er zoveel mogelijk aan heeft gedaan om geen ruchtbaarheid te geven aan incidenten.

Merknaam beschermen

Bisschop Gerard de Korte (bisdom Groningen-Leeuwarden) verwacht dat het rapport van de commissie Deetman aantoont dat kerkbestuurders in het verleden eerder hun merknaam hebben willen beschermen dan de slachtoffers recht te doen. Dat zei de bisschop tegen het opinieblad VolZin.

De Korte vindt dat er een verkeerde keuze is gemaakt, toen besloten werd daders te ver-plaatsen en zaken in de doofpot te stoppen. Volgens hem denken de Nederlandse bisschoppen na over een collectief gebaar voor slachtoffers en de samenleving, maar zijn ze er nog niet over uit of zo'n gebaar in Nederland gepast is. "Sommigen zouden zo'n gebaar waarderen, maar voor anderen kan zoiets juist theatraal of onwaarachtig overkomen". De Korte is woordvoerder op het terrein van seksueel misbruik voor de bisschoppen.

Seksueel misbruik in Nederland

In Nederland was kindermisbruik door priesters al voor de oorlog een regelmatig voorko-mend verschijnsel (Deetman, 2013). In 2010 werd bekend dat ook in Nederland vele decennia sprake is geweest van seksueel misbruik van minderjarigen (80% jongens) door katholieke priesters in internaten, seminaries, kerken, enzovoorts.

De eerste zaak die alle aandacht kreeg was die binnen het juvenaat Don Rua (van 1910 tot 1958 Sint-Bonifatiushuis) een voormalig klooster in 's-Heerenberg in Gelderland. Dit leidde uiteindelijk tot het, in opdracht van de Tweede Kamer, onderzoek door Wim Deetman (protestant CDA-politicus). Hij gaf leiding aan het anderhalf jaar durende onderzoek (eindrapport 10 september 2013) en maande de Katholieke Kerk eerder, zoals de maand ervoor, het misbruik te erkennen en zich in te leven in de slachtoffers.

Tweeduizend meldingen van personen die beweren dat zij slachtoffer of ooggetuigen zijn geweest, meldden zich bij deze commissie om hun verhaal te mogen doen na een verzoek hiertoe in februari 2011. De commissie Deetman had toegang tot alle archieven, die mogelijk informatie bevatten over het seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk.

De commissie Deetman meldde in haar tussenrapport, volgens het katholieke klachtenbureau Hulp en Recht, dat in 1995 door de Katholieke Kerk was ingesteld voor de melding van seksueel misbruik, hulp aan slachtoffers van seksueel misbruik ruim onvoldoende bleek. Bij dit klachtenbureau werd vaak teveel uitgegaan van de rol en positie van de priester en de kerk in plaats van empathie te hebben voor de psychische gevolgen van het misbruik voor het slacht-offer. In haar tweede tussenrapport van november 2011 deed de commissie Deetman verder aan-bevelingen voor de afhandeling van meldingen van seksueel misbruik.

Uit het eindrapport van commissie Deetman bleek dat men 1795 meldingen van seksueel misbruik had ontvangen. Verder stelde de commissie vast dat tussen 1945 en 1985 enkele duizenden kinderen het seksueel slachtoffer waren geweest van de katholieke geestelijkheid en dat hierbij zeker 800 daders betrokken waren. Als we de minder ernstige vormen van seksueel misbruik meenemen (zoals geen penetratie of aftrekken en lange duur seksueel misbruik, etc.) dan komen we gauw op 10.000 tot 20.000 slachtoffers. De meeste kinderen waren tussen de zes en veertien jaar, meestal jongens. Het suïcidaal-risicogedrag van deze slachtoffers was hoger dan gemiddeld. Het misbruik bereikte zijn top in de jaren vijftig, zestig en het begin van de jaren zeventig.

Het feit dat het seksueel misbruik vele decennia voortduurde, zegt veel over de doofpot-cultuur binnen de Katholieke Kerk. Het is dus een feit dat waarschijnlijk enkele duizenden katholieke priesters (ofwel dé vertegenwoordigers van deze kerk) in Nederland vele decennia-lang na de Tweede-Wereldoorlog ernstige misdaden hebben begaan, die bekend staan als pedofiel, seksueel misbruikend gedrag en dan is de conclusie van de commissie Deetman onder andere: "Kerkbestuurders hebben in het verleden eerder hun merknaam willen beschermen dan de slachtoffers recht te doen".

Het O.M. wordt niet ingeschakeld. Waarschijnlijk omdat deze pedofiele misdaden door katholieke priesters verjaard zijn. Maar wat nooit verjaart zijn de traumatische gevoelens van al die slachtoffers die op jonge leeftijd seksueel misbruik zijn! Ofwel de 'pathologische narcisten' (priesters als daders) komen er weer mee weg en hun slachtoffers blijven hun leven lang met een psychisch trauma zitten. Kan het nog gewetenlozer zou je kunnen zeggen.

Wereldwijd seksueel misbruik door RK-priesters

Het zijn de media geweest die einde twintigste eeuw ruchtbaarheid hebben gegeven aan het seksueel misbruik in verschillende landen door katholieke gezagdragers. Er is vooral veel gebeurd op dit gebied, zoals onderzoek naar het berechten en straffen van priesters en bisschoppen in de Verenigde Staten, Canada, Ierland, België, Nederland, Duitsland en Australië.

In de jaren 30 van de twintigste eeuw vonden in Hitler-Duitsland onder grote media-aan-dacht van de Völkische Beobachter te München, Frankfurt en Berlijn processen plaats tegen priesters wegens vermeende homoseksualiteit en pedofilie, die door de propaganda van Joseph Goebbels rond 1937 ook politiek ernstig beïnvloed en gebruikt werden. Honderden priesters werden aangeklaagd door de autoriteiten, maar slechts enkelen van hen werden door een rechter schuldig bevonden.

Tot de tachtigerjaren van de vorige eeuw dacht men dat het bij het seksueel misbruik door priesters ging om incidenten. Tussen 1945 en 1995 bereikten maar weinig gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen de wereldlijke rechtbanken en de juridische open-baarheid. Uit latere studies bleek dat na de Tweede Wereldoorlog het seksueel kindermisbruik in landen als Canada, Verenigde Staten, Ierland, Duitsland, België en Australië vooral talrijk waren vanaf de jaren vijftig. Veel van deze zaken werden verborgen gehouden voor het publiek en pas in de jaren tachtig ontstond er echte aandacht en meer openheid voor dit probleem. De meeste van deze zaken werden echter in de doofpot gestopt. De kerkelijk verantwoordelijken (zoals het hoofd van een bisdom) lieten niets aan de buitenwereld weten, dekten misstanden af en slachtoffers durfden vaak niets te zeggen.

Een priester, pater of bisschop had vaak een bijzondere status als geestelijke bij ouders van veel slachtoffers. Daarom vonden de jonge slachtoffers (vaak 80% jongens in de leeftijd van 12 t/m 16 jaar) het vaak moeilijk om open over het seksueel misbruik te praten laat staan hiervan aangifte te doen. Dit is iets wat men in alle landen terugziet. Voor de jaren tachtig was er trouwens weinig aandacht in de samenleving voor seksueel misbruik bij minderjarigen, wellicht door de vrijere seksmoraal vanaf de zeventiger jaren.

Canada

Canada was een van de eerste landen waar het seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk in de publiciteit kwam. Zo kwam in 1989 misbruik in een katholiek weeshuis in Newfoundland in de media. Het onderzoeksrapport hierover, in het aartsbisdom St. John's, verplichtte de bisschoppen om het seksueel misbruik in hun bisdom te onderzoeken en hierover te adviseren, zoals ze deden met het rapport From pain to hope.

Enkele jaren later verscheen hun vervolgrapport. Dit rapport From pain to hope laat goed zien wat voor effect het seksueel misbruik met jongeren voor effect heeft op hen maar ook op hun directe omgeving. Hier de samenvatting van dit rapport From pain to hope (Van pijn naar hoop).

Van pijn naar hoop

Conclusie
Het onderzoek dat twee jaar duurde is in opdracht uitgevoerd van de Canadese Conferentie van katholieke bisschoppen en heeft ons veel geleerd over het verraderlijke karakter van seksueel misbruik. Binnen de grenzen van ons onderzoek, onze discussies en de rapporten van onze werkgroepen, zijn we tot een beter begrip gekomen over de omvang van de ernstige schade die door dit misbruik is ontstaan.

De schade raakt min of meer de gehele gemeenschap: de familie en vrienden van de slacht-offers en de leden van de buurtgemeenschap (school, buurt, parochie, padvinderij, sportclub, activiteitencentrum, enzovoorts) en de groepen die contact hebben met de misbruikers zoals de onderwijsleiding, medische organisaties, clerus, psychologen, psychiaters en therapeuten, enzovoort. In verschillende mate zijn deze personen of instanties verplicht te leven in een atmosfeer van wantrouwen, argwaan, verraderlijke veroordeling en soms minachting.

Maar misbruik leidt tot ernstige schade. We werden ons ervan bewust dat de trauma's van de volwassenen, door herhaald misbruik uit het verleden, steeds weer naar boven kwamen in de vorm van het herbeleven. De meesten ervaarden dat het lang duurde voordat er herstel mogelijk was, als volwassenen, sommigen dankzij hun eigen kracht. Groepen en organisaties voelden zich gestigmatiseerd als bekend werd dat sommige van hun leden betrokken waren bij incidenten of aanklachten over misbruik.

Onze kerk, mensen en geestelijken, zijn diep emotioneel geraakt door de schade die is veroorzaakt. Dit diepgaand effect op anderen, als wel op de getroffen slachtoffers, geeft aan wat de consequenties zijn van het kwaad dat wordt verspreid en hoe moeilijk het is om de schade die is ontstaan te beheersen ook als het aantal misbruikers niet groot is.

In plaats van ons te laten ontmoedigen door deze verwoestende effecten kozen we te vertrouwen op een andere manier van beïnvloeding. Goedheid kan zich namelijk ook onder mensen verspreiden! Wij herinneren ons de woorden en acties van Jezus en hoe sommigen hiervan door het slijk gehaald werden door de contacten die hij had met zijn volgelingen en zondaars. Dit herinnert ons eraan dat het effect van het Goede Nieuws ook aanstekelijk kan werken.

Wij begonnen ons werk, duidelijk gebaseerd op de hoop dat leven en wederopstanding de oorzaak van de dood zal overwinnen, op voorwaarde dat we trouw blijven aan het woord van Hem die is weder opgestaan en het Leven is, en die ons de weg leidt naar hem: waarheid, nederigheid, bekering en vergeving. De weg naar de waarheid wordt onmiddellijk duidelijk. Al onze beweegredenen overtuigen ons ervan dat kindermisbruik gebeurt en zal blijven gebeuren in een klimaat van misleiding, schijnheiligheid en leugens. Dit is de reden waarom onze voorstellen en aanbevelingen duidelijk gericht zijn op het zoeken naar waarheid: de waarheidsgetrouwheid van de uitspraken via de media. Persoonlijke waarheidsgetrouwheid en eerlijkheidsbevinding bij kandidaten voor het priesterschap. Het waken over de waarheid gedurende de therapie van de misbruikers. Oprechtheid met die enkele parochies die is gevaagd een priester opnieuw op te nemen voor het geestelijk ambt.

Het pad naar nederigheid is niet minder belangrijk. Als ook maar een klein deel van de 11.000 Canadese priesters in de actieve bisdommen betrokken zijn bij zaken over misbruik, moet de Kerk nederig bekennen dat sommigen van haar geestelijken betrokken zijn bij misbruik dat volledig in tegenspraak is met het woord dat zij verkondigen. In de geest van deze nederigheid, stellen we voor dat we meer energie steken in het corrigeren van fouten, dan het bewaken van het voorkómen van misbruikgevallen; in deemoedige betrokkenheid met de gewonden, in plaats van het recht te achterhalen; in effectieve manieren van onderwijs en nauwkeurig onderzoek om de dienstverlening te verbeteren aan kinderen, de armen en de meest kwetsbaren in onze samenleving.

Het pad naar bekering is heel erg nodig. Misbruikende priesters zijn er niet in groten getale, maar zij zijn een pijnlijke indicatie dat er iets fout is in de Katholieke Kerk en nieuwe aandrang naar de geloofsgemeenschappen en dat er vormen van broederlijke ondersteuning nodig zijn; en de moderne manier waarop een geloofsgemeenschap en zijn priesters leven volgens de inzichten van het Tweede Vaticaans Concilie.

Vergeving is zeker niet de eenvoudigste manier die de Heer ons voorhoudt. In de gevallen van seksueel misbruik kan het soms verward worden met andere genoemde foute paden van "de weg naar het pardon". We mogen nooit vergeten, bijvoorbeeld, dat het sacramentele vermogen om te vergeven gebruikt kan worden als een soort zekerheid of een manier om een "goedkope genade" te ontvangen, om Dietrich Bonhoeffer's uitdrukking te gebruiken. Evenmin zouden we een voortijdige wijze van vergeving voor de slachtoffers mogen eisen, speciaal een manier van meer of minder het stilhouden voor de eisen van justitie of het verzwijgen van een open wond.

In dit rapport hebben we geprobeerd aan te geven wat werkelijk leidt tot vergeving en hoe men kan voorkomen dat misbruik als een bijzaak wordt gezien. Wetende dat we niet het laatste antwoord hebben op deze moeilijk vragen, vragen wij onze lezers van ons rapport nederig: "Hebben we gelijk om te geloven dat wij, als Kerk, de pijn voorbij kunnen gaan naar hoop?"

Amerika

In Amerika verscheen een rapport over seksueel misbruik onder redactie van de katholieke priester T.P. Doyle, specialist in canoniek recht, R. Mouton en pater M. Peterson. Gezien de inhoud van dit rapport werden zij beschouwd als klokkenluiders. Op het rapport werd door bisschoppen in Amerika positief gereageerd maar de genoemde aanpak in het rapport werd niet overgenomen.

Eind jaren tachtig en later zag men aandacht voor het seksueel misbruik door de priesters G. Gauthe en E. Pipala en reageerden honderden slachtoffers na de jarenlange stilte. In 1993 richtte de bisschoppenconferentie de Ad hoc committee on sexual abuse op als reactie op het seksuele misbruik binnen de Katholieke Kerk in Amerika.

Uit deze rapporten kan men schok-kende conclusies trekken over het seksueel misbruik van onder andere 250 priesters, die meer dan 789 slachtoffers hadden gemaakt wat 50 jaar door het bisdom gedoogd werd maar vooral werd afgedekt. Later kan men concluderen dat het seksueel misbruik in Amerika te maken had met zeker 11.000 slachtoffers waar tenminste 5000 katholieke geestelijken bij betrokken waren.

De ernst van het seksueel misbruik bleek ook in 2002 uit onderzoek door de krant The Boston Globe. Die toonde aan dat talloze pedo-seksuele priesters decennialang hun gang hadden kunnen gaan, terwijl meerderen hen een hand boven het hoofd hielden. Waarschijnlijk was het voorgaande nog maar het topje van de ijsberg in Amerika. De schutspatroon van al dit seksueel misbruik was paus Benedictus XVI, die in 2008 bij zijn bezoek aan de VS een ontmoeting had met de slachtoffers van zijn heilige kerk. Aan trauma-therapie zal deze paus niet gedaan hebben, maar de eerstverantwoordelijke voor het wereldwijde seksueel misbruik is hij wel.

In juli 2012 wordt monseigneur William J. Lynn, medewerker van Anthony Bevilacqua (aartsbisschop van Philadelphia) veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie tot zes jaar wegens kindermisbruik en het verbergen ervan. Als er dit soort straffen worden opgelegd voor seksueel misbruik dan moet het gedrag van William J. Lynn wel heel extreem geweest zijn mag men rustig stellen, omdat de meeste seksdelinquenten binnen de Katholieke Kerk zelden of nooit worden gestraft voor dit narcistisch crimineel gedrag.

In 2018 hebben Amerikaanse bisschoppen het Vaticaan opgeroepen tot een onderzoek naar een geruchtmakende misbruikaffaire binnen de Katholieke Kerk. Kardinaal Daniel DiNardo, het hoofd van de Amerikaanse bisschoppenconferentie, schrijft dat in een verklaring. Falen van de kerkleiding is een 'hoofdoorzaak' van het seksueel misbruik, aldus de kardinaal. Het onderzoek dat de bisschoppen voor ogen hebben, richt zich hoofdzakelijk op de zaak rond de kardinaal Theodore McCarrick (zie foto).

Deze vooraanstaande geestelijke moest vorige maand van paus Franciscus zowel zijn titel als zijn plek in het College van Kardinalen inleveren. Aanleiding voor de maatregel was het verhaal van een man die in de jaren zeventig, op 16-jarige leeftijd, door McCarrick zou zijn misbruikt. Daar kwamen later nog andere beschuldigingen bij. Volgens Viganò (diplomaat van de Heilige Stoel) wist de top van de Katholieke Kerk al sinds 2000 van misbruik door de Amerikaanse kardinaal Theodore McCarrick, maar er werd niet ingegrepen. Franciscus zelf heeft - ook na zijn uitverkiezing tot paus in 2013 - volgens Viganò nog sancties tegen McCarrick ongedaan gemaakt. In juli werd McCarrick zijn kardinaalstitel ontnomen. Een dergelijke kerkelijke straf voor een geestelijke was in geen tachtig jaar voorgekomen.

Niet ingewijde katholieken moeten volgens de bisschoppen een veel grotere rol krijgen bij het onderzoek naar de inmiddels 88-jarige McCarrick, die aartsbisschop van Washington DC was. Hierdoor wordt het onderzoek meer onafhankelijk, volgens kardinaal DiNardo. Wat een onderzoek naar McCarricks crimineel gedrag ook kan uitwijzen, is dat hooggeplaatste katholieken volgens DiNardo hier een grote rol bij hebben gespeeld. Hij doelt hierbij op hoog leidinggevenden binnen de kerk die niets hebben gedaan met meldingen over McCarricks crimineel gedrag.

In 2018 zorgde de openbaar aanklager van de staat Pennsylvania voor een rapportage voor de nieuwste onthullingen. Meer dan duizend kinderen bleken in de voorbije zeventig jaar misbruikt door minstens driehonderd priesters. Ook hier hield de kerk de waarheid bewust achter. Als reactie hierop liet de paus weten aan de kant van de slachtoffers te staan alsof de slachtoffers hier iets aan hebben.

Volgens de Amerikaanse bisschoppen moet het vanaf 2018 voor slachtoffers makkelijker worden om misbruik te melden. De huidige richtlijnen daarvoor "welke procedure ze het beste kunnen volgen om seksueel wangedrag aan te geven", schrijft kardinaal DiNardo donderdag in zijn verklaring. Daarin zegt hij ook dat het proces voor klachtafhandeling aan verbetering toe is. Er is plan om de voorstellen van de bisschoppen te verwezenlijken, volgens DiNardo. In november 2018 werd dit voorgelegd aan de leden van de bisschoppenconferentie. In de tussentijd zal DiNardo naar eigen zeggen naar Rome reizen om de zaak met de huidige paus Franciscus te bespreken.

Ierland

In 1994 weigerde de Ierse procureur-generaal Whelehan priester Brenda Smyth (verdacht van misbruik met meer dan 100 kinderen) uit te leveren aan Noord-Ierland. Toen de Ierse premier Albert Reynolds deze procureur-generaal vervolgens ook nog bevorderde, leidde deze hele situatie tot de val van het Ierse cabinet.

Tussen 2000 en 2010 gaven 3.000 volwassenen aan dat ze als kind misbruikt werden in katholieke instellingen in Ierland. Dit leidde vele jaren tot veel ophef over het onderwerp. Het eerste onderzoeksrapport was het Ferns rapport over het misbruik in het bisdom Ferns en in mei 2009 verscheen in opdracht van de Ierse regering het Ryan rapport.

De conclusie van dit Ryan rapport was dat honderden kinderen het slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik in de jaren veertig tot 1992 in religieuze instellingen in Ierland. De Ierse bisschoppen boden hierop hun excuses aan omdat ze onvoldoende hadden ingegrepen om dit misbruik te voorkomen. In 2009 verscheen ook het Murphy rapport over het seksueel misbruik in Dublin met schokkende conclusies. Tot de ergste voorbeelden van de plegers van dit misbruik waren Brendan Smith (meer dan 100 slachtoffers) en Tont Welsh (meer dan 200 slachtoffers).

De onthulling van dit seksueel misbruik en de wijze waarop de kerk daarop had gereageerd, leidde tot een schok in het traditioneel katholieke Ierland. Naar aanleiding van dit misbruik organiseerde paus Benedictus XVI in december 2009 een bijeenkomst met Ierse bisschoppen. Hij zei dat hij met hen deelde in de woede, het gevoel van verraden te zijn en toonde zich beschaamd naar de Ierse katholieken.

Hij riep op om te bidden voor de slachtoffers (katholieke vorm van traumabeheersing?) en zei dat hij de conclusies van het Murphy rapport ter harte nam. Deze kwestie leidde tot het ontslag van enkele bisschoppen en er werden vier apostolische visitatoren benoemd om de reactie op het seksueel misbruik in de vier bisdommen te analyseren. In 2011 werd een vierde onderzoeksrapport gepubliceerd, waaruit bleek dat het bisdom Cloyne ook na invoering van kerkelijke richtlijnen foutief bleef handelen in zaken met seksueel misbruik.

Volgens het rapport Cloyne, werden in 1996 maatregelen om verder misbruik tegen te gaan die door bisschoppen waren voorgesteld, door het Vaticaan in 1997 terzijde geschoven. Een reactie op dit rapport gaf de Ierse premier Enda Kenny (zie casus hoofdstuk 11) in een speech die meteen als historisch werd gezien door de scherpe kritiek op het Vaticaan. De Ierse minister-president Enda Kenny beschuldigde het Vaticaan toentertijd van het opzettelijk dwarsbomen van een onderzoek door de Ierse overheid naar het seksueel misbruik binnen de kerk. Het Vaticaan berispt Kenny vanwege die beschuldiging. Het Vaticaan verdedigde zich tegen deze kritiek, de relatie was echter zo erg verstoord dat Ierland zijn ambassade sloot in Vaticaanstad en het Vaticaan zijn Ierse nuntius terugriep.

Casus: Ierse premier beschuldigt Vaticaan van narcisme

De Ierse premier Enda Kenny (zie foto) heeft in 2011 het Vaticaan veroordeeld voor het gebruikmaken van een "berekende, vernietigingspositie" bij het misbruik aan de vooravond van het gerech-telijk rapport dat de Heilige Stoel veroordeelt, door totaal geen medewerking te verlenen in verband met de behandeling van het misbruik door Ierse bisschoppen en priesters.

Tijdens een parlementair debat, zei Kenny "dat een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek in verband met het seksueel misbruik van de clerus in Diocees of Cloyne dit een poging is om door de Heilige Stoel een onderzoek te dwarsbomen in een soevereine, democratische republiek, een onderzoek van nog geen drie jaar geleden." "En door dit te doen, maakt het Cloyne-rapport het disfunctionele, niet-verbonden zijn, het elitaire en narcisme duidelijk dat de cultuur van het Vaticaan vandaag de dag domineert," zei hij.

Het Cloyne-rapport dat onlangs werd gepubliceerd vermeldt dat Cloyne's bisschop John Magee, een vroeger secretaris van drie pausen, "nagenoeg geen aandacht" besteedde aan bescherming tegen kindermisbruik tot 2008. Het rapport stelde verder dat hij loog naar de regering toe over het feit dat zijn bisdom alle aantijgingen van het seksueel kindermisbruik aan de burgerlijke autoriteiten had doorgegeven. Het rapport vermeldde verder dat de bisschop opzettelijk een ander onderzoek heeft misleid, en zijn eigen adviseurs, door twee verklaringen te geven - een van het Vaticaan en de ander via de gegevens van het bisdom - van een bijeenkomst met een verdachte priester.

Het rapport veroordeelt het Vaticaan van tegenwerking van de bisschoppen om de richtlijnen uit 1996 ("Child Sexual Abuse: Framework for a Church Response") te implementeren Premier Kenny zei: "dat 'deze berekende vernietigingspositie' het 180 graden tegenoverge-stelde is van het radicalisme, de menselijkheid en compassie op basis waarop de Katholieke Kerk werd gesticht". Hij zei verder dat: "het Ierse volk, inclusief de vele trouwe katholieken die - net als ik - gechoqueerd zijn door het herhaald falen van de kerkelijke autoriteiten, geconfronteerd worden met wat is vereist, waardig is en noodzakelijk als bevestiging door het Vaticaan, wat zij kunnen accepteren, mee instemmen en de medewerking eist van alle kerkelijke autoriteiten hierbij, zoals de verplichting alle gevallen van verdacht misbruik te melden bij de burgerlijke autoriteiten dat vroeger of onlangs heeft plaatsgevonden".

Refererend aan de inhoud van het Cloyne-rapport om de rechten van slachtoffers te stellen boven de verdachte priesters, zei Kenny: "de geestelijkheid heeft in Ierland verschillende intelligente en meest bevoorrechte en machtigste personen voortgebracht, maar kennelijk zijn zij nu niet bereid of niet in staat het vreselijk misbruik aan de kaak te stellen".

Hij zei ook: "De katholieke geestelijkheid moet verwoestend zijn voor goedwillende priesters, sommige van hen oud, andere vechtend voor hun menselijke integriteit, zelfs hun mentale gezondheid, dat terwijl zij zo hard werken om de voorvechters te zijn van het kerkelijke licht, het beste in hun parochies, hun gemeenschap en in het hart van vele mensen". Kenny zei dat de Katholieke Kerk waarlijk en diep berouw moet tonen voor de verschrik-kingen van het seksueel misbruik die het heeft veroorzaakt, verborgen en ontkend.

Jezuïet Federico Lombardi, de Vaticaanse spreekbuis, verwierp het kritische geluid op de Heilige Stoel in een interview op de Vaticaanse radio. Hij maakte duidelijk dat hij namens zichzelf sprak, en zei dat veel van de kritiek hierbij niet in aanmerking wordt genomen en wees op de inspanning die paus Benedictus XVI en andere kerkelijke instanties gedaan hebben om toekomstig misbruik van kinderen te voorkomen en de aandacht te geven aan voorgaande gevallen waarbij openheid en besluitvaardigheid werd getoond. Tevens zei hij dat het niet eerlijk is de kerk te bekritiseren voor het falen van verplichte melding in een land dat niet noodzakelijkerwijs onderdeel uitmaakt van de grondwet.

België

Ook in België kwamen allerlei zaken over seksueel misbruik boven tafel en de consternatie hierover, ook politiek, was enorm. In België blijken voor en na de Tweede Wereldoorlog duizenden jongeren seksueel misbruikt te zijn door katholieke priesters. In 2010 gaf bisschop Roger Vangheluwe het seksueel misbruik met een neefje toe en nam ontslag. Er was sprake van verjaring volgens Justitie en het Vaticaan legde Vangheluwe op België te verlaten en therapie en geestelijke begeleiding te volgen. Het publiek vond deze straf te laag en het Vaticaan meldde dat er nog een verdere straf kon volgen.

Door de zaak met Vangheluwe kwamen talrijke Belgische slachtoffers met verhalen over vroeger seksueel misbruik door katholieke priesters. Door de commissie Adriaenssens (Operatie Kelk) werd onderzoek gedaan naar de verslagen van 507 slachtoffers die op verzoek naar de commissie stapten. Deze commissie bestond echter maar 8 weken omdat hun dossiers door Justitie in beslag werden genomen voor eigen onderzoek.

De commissie Adriaenssens leverde in september 2010 toch haar eindrapport in. Dertien slachtoffers zouden zelfmoord hebben gepleegd. Het rapport geeft aan dat in alle katholieke religieuze ordes en congregaties in alle scholen voor jongens, in alle bisdommen en in alle provincies in Vlaanderen seksueel misbruik werd geconstateerd. Het seksueel misbruik bereikte zijn piek in de jaren vijftig tot en met tachtig van de vorige eeuw. In 2011 werd het aantal slachtoffers bijgesteld naar 776. Het rapport was niet volledig omdat de dossiers voortijdig werden ingenomen door Justitie.

Een tweede ingestelde commissie als Bijzondere Kamercommissie Seksueel misbruik noemt het aantal van 504 katholieke gezagdragers als daders van seksueel misbruik. Dit onderzoek is interessant omdat werd onderzocht of de Belgische Katholieke Kerk strafrechtelijk aansprakelijk gesteld kon worden voor het delict schuldig verzuim. Er is sprake van dit delict wanneer men verzuimt hulp te verlenen aan een persoon in gevaar, in dit geval meer bepaald als bisschoppen of andere verantwoordelijken binnen de katholieke hiërarchie geen hulp hebben verleend aan slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk.

Helaas kende dit onderzoek geen vervolg; de reden is mij niet bekend. Maar dit is niet de eerste keer dat seksueel misbruik door katholieke priesters in de doofpot belandt, maar bij Justitie verwacht men dit niet, maar de Katholieke Kerk is soms te beschouwen als een inktvis met giftige tentakels die tot overal reiken. Er volgde nog op 24 oktober 2011 een beschuldigingstelling over de rechtsgeldigheid van Operatie Kelk. De advocaten van misbruikte slachtoffers eisten huiszoekingen bij kardinaal Godfried Danneels. Uiteindelijk werd alles nietig verklaard en hebben de slachtoffers cassatie-beroep aangetekend wat verder weinig uithaalde.

Op 16 januari 2012 werd Operatie Kelk nieuw leven ingeblazen. Er werden huiszoekingen gedaan bij bisdommen van vermeende daders en dossiers in beslag genomen en de kerkelijke instanties werkten hieraan mee. Er volgden geen gerechtelijke procedures en alles verdween weer in de grote kist van Pandora zoals eerder. Er volgde later nog strafrechtelijk onderzoek als groepsvordering van de slachtoffers. Het ging er hierbij om of er sprake was geweest van schuldig verzuim (in de volksmond doofpotopera-tie) door de katholieke gezagdragers.

Volgens de advocaten van de Heilige Stoel is de rechtbank echter niet bevoegd en beriepen ze zich op de immuniteit van de Heilige Stoel zelf en voerden aan dat de kerk als instituut geen rechtspersoon is, waardoor ook geen vertegenwoordiger (de paus) strafrechtelijk ter verantwoording kan worden geroepen. Ook omdat Operatie Kelk nog niet zou zijn afgerond, zou de rechtbank niet bevoegd zijn. De eis werd uiteindelijk afgewezen. Zo zie je dat ook in België de Katholieke Kerk weer wegkomt met haar narcistische misdaden van seksueel misbruik met jongeren.

Duitsland

In begin 2010 ontstond er een turbulente discussie in de media over het seksueel misbruik in het Berlijnse Canisius College van de jezuïetenorde, waardoor later in het jaar al meer dan 1000 meldingen van seksueel misbruik in Duitsland waren ontvangen. Uit een onderzoek in het aartsbisdom München-Freising blijkt dat minstens 160 priesters gedurende vijftig jaar zich aan seksueel misbruik hebben schuldig gemaakt naast het misbruik van geweld.

In 2011 werd door de Duitse bisschoppen opdracht gegeven voor een criminologisch onderzoek naar het seksueel misbruik in heel Duitsland. Begin 2013 zegde de Katholieke Kerk haar medewerking aan dit onderzoek echter op. Het onderzoeksbureau klaagde over het tekort aan medewerking bij dit onderzoek door de katholieke gezagdragers. Waarschijnlijk werd de omvang van de seksuele misdaden te groot voor de Katholieke Kerk en werd door paus Benedictus XVI een verder onderzoek als: "niet in het belang van de Katholieke Kerk in Duitsland gezien". Want zo'n groot onderzoek dat nota bene door de Katholieke Kerk zelf werd ingesteld (is onmogelijk zonder de toestemming van de zittende paus) kan ook alleen door deze paus worden stopgezet naar mijn mening.

In 2017 verscheen een uitgebreid rapport over de mishandeling en het seksueel misbruik in Regensburg. Het rapport gaat over de gewelddadigheden, angstcultuur en het seksueel misbruik dat zich decennialang bij het wereldberoemde koor Regensburger Domspatzen hebben voorgedaan. Deze koorschool wordt beschreven als een 'hel', 'gevangenis' en 'con-centratiekamp' waar kinderen zo onopvallend mogelijk probeerden te blijven om aan geweld en onderdrukking te ontkomen.

Het blijkt dat veel oud-leerlingen hun leven lang te kampen hebben gehad met ernstige psychische gevolgen van hun verblijf op deze koorschool. Deze koorschool stond, vanaf 1964, dertig jaar onder leiding van de broer van Benedictus XVI, George Ratzinger. Natuurlijk ontkende deze George Ratzinger iets te weten van deze decennialange geweldcultuur en het seksueel misbruik binnen zijn koorschool, terwijl in het rapport duidelijk staat dat hem gevallen van geweld en andere zaken zijn medegedeeld, maar hij heeft in die dertig jaar niets gedaan om verandering te brengen in de angstcultuur binnen deze koorschool, waar hij 30 jaar voor verantwoordelijk is geweest. Het juiste antwoord is, dat ook deze broer van de paus in 2011 kan liegen dat het gedrukt staat. Liegen is vaak de enige manier om katholieke gezagdragers een mogelijkheid te geven om hun narcistisch of psychopathisch masker op te houden. Maar natuurlijk zonder dat zij dit zelf door hebben, zoals dit in het algemeen geldt voor gestoorden met het Masker van Geestelijk Gezondheid (Cleckley, 1982).

In 2018 bood het hoofd van de kerk, kardinaal Reinhard Marx, zijn excuses aan voor de duizenden slachtoffers die in de afgelopen zeventig jaar als kind werden misbruikt door Katholieke Kerkfunctionarissen. Kardinaal Reinhard Marx is bisschop van München en hoofd van de Katholieke Kerk in Duitsland. "Er is veel te lang binnen de kerk gelogen over het seksueel misbruik. Er is steeds weer weggekeken en zaken werden in de doofpot gestopt", aldus Marx, voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie. "Voor al het falen en alle pijn, bied ik mijn excuses aan. Ik schaam mij voor het vertrouwen dat werd vernietigd, voor het seksueel misbruik bij al die jongeren. Wij zouden graag willen dat het allemaal niet waar was wat er gebeurd is in die 70 jaar", aldus Marx.

Het bestuur van de Duits Katholieke Kerk heeft onlangs een onderzoeksrapport gepubliceerd waaruit blijkt dat 1670 priesters en andere katholieke geestelijken 3.677 kinderen hadden misbruikt in de periode 1946 - 2014. De meeste waren jongens. 50% was 13 jaar of jonger, 17% was verkracht en 27% betrof altaar jongens. Via het weekblad Der Spiegel lekte dit rapport uit. De onderzoekers van het rapport concludeerden dat de Katholieke Kerk alles probeerde te doen, zoals inhoud dossiers manipuleren of vernietigen om te voorkomen dat het seksueel misbruik werd ontdekt.

De meeste misbruikzaken leidden niet tot vervolging, zoals we dat ook zien in andere landen. Vaak werden de daders alleen overgeplaatst naar een andere parochie. Deze parochies werden zelden of nooit ingelicht over het crimineel verleden van deze priesters, waardoor ze weer in de fout konden gaan. De recidive bij seksuele delinquenten is al jaren bekend en de Katholieke Kerk weet dit ook maar doet hier niets aan.

Dominicaanse Republiek

Jozef Wesolowski, een ambassadeur van het Vaticaan in de Dominicaanse Republiek, werd in 2014 schuldig bevonden van seksueel misbruik met jongeren en het in bezit hebben van kinderpornografie. Op zijn laptop vond men 100.000 pornografische afbeeldingen en video's. Hij ontliep zijn straf doordat hij een jaar later overleed.

Australië

Australië is een van de vele landen waar kritiek op de Katholieke Kerk hoogtij viert vanwege de vele misbruikschandalen. In 2017 concludeerde een Australische commissie dat 7% van de priesters in Australië verdacht wordt van seksueel misbruik met kinderen in de periode 1950 - 2015. In juni 2017 werd de Australische kardinaal George Pell, die zich eerder hard tegen het kindermisbruik binnen zijn kerk had uitgesproken, zelf beschuldigd van drie gevallen van seksueel misbruik waaronder een verkrachting. Aangezien George Pell als hoofd van het secretariaat voor economie de derde in de hiërarchie van de Katholieke Kerk is, is deze aanklacht een grote klap voor het Vaticaan en voor paus Franciscus, echter waar men geen enkele compassie mee hoeft te hebben gezien het eeuwenlang falende beleid van deze kerk.

Het Vaticaan nam het deze keer niet op voor de katholieke misbruiker George Pell. Pell heeft later voor een Australische onderzoekscommissie toegegeven "grote fouten" te hebben gemaakt als kardinaal, onder meer omdat hij priesters wel geloofde en slachtoffers niet. Duizenden slachtoffers kregen tientallen miljoenen euro's aan smartengeld in Australië. Zie verder de casus aan het einde van dit hoofdstuk over aartsbisschop Peter Searson in Australië.

In 2018 zegt de Katholieke Kerk in Australië niet akkoord te kunnen gaan met een meld-plicht voor seksueel misbruik. Die boodschap staat een gepubliceerde reactie op aanbeve-lingen van een onderzoekscommissie, die een dergelijke meldplicht voorstelde. Priesters die tijdens de biecht bekentenissen over kindermisbruik horen, zouden dat moeten melden bij de autoriteiten. "Niet verstandig", noemt de kerk dit voorstel van de commissie, die na vijf jaar onderzoek vorig jaar een verslag opstelde hierover.

"Het biechtgeheim is niet onderhandelbaar. Het is een element van ons katholiek geestelijk leven. Het belichaamt de relatie tussen de katholiek gelovige en God", zo stelt aartsbisschop M. Coleridge als voorzitter van de Australische bisschoppenconferentie. Hierdoor is het voorstel van de commissie onuitvoerbaar geworden. Een omvangrijk onderzoek toonde eerder aan dat tussen 1950 en 2010 ongeveer 2.400 priesters, 7 procent van de Australische katholieke geestelijken, beschuldigd zijn van seksueel misbruik. De aartsbisschop van Adelaide,

Philip Wilson, trad in 2018 af nadat een rechtbank hem schuldig had bevonden aan het verzwijgen van seksueel misbruik van twee jongens door een priester in de jaren zeventig. Zijn straf werd onlangs bepaald op één jaar huisarrest; de maximale straf was twee jaar cel.

Spanje

Het is één van de door en door rooms-katholieke landen waar seksueel misbruik door geestelijken maar zelden in de publiciteit komt. Maar in 2018 heeft ook in Spanje de Katholieke Kerk erkend dat priesters en andere katholieke geestelijken in het land zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik met minderjarigen.

"De kerk erkent openlijk misstanden van verschillende aard en is vastbesloten deze uit te roeien", zei Ricardo Blázquez, voorzitter van de Spaanse bisschoppenconferentie, vandaag 19 november 2018. Vorige maand onthulde de krant El País dat misbruik door katholieke geestelijken stel-selmatig werd verhuld. De meerderheid van de zeventig Spaanse bisdommen houdt de afwikkeling van misbruikzaken in eigen hand. Slechts drie bisdommen vertelden de krant dat ze misbruikzaken doorspelen naar justitie. Topje van de ijsberg?

In de afgelopen drie decennia zijn 33 Spaanse geestelijken veroordeeld voor het misbruiken van 80 minderjarigen. Hoe groot het misbruik in werkelijkheid is, is niet te zeggen. Spanje telt zo'n 18.000 priesters op 23.000 parochies. Van de bijna vijftig miljoen Span-jaarden is ruim 70 procent rooms-katholiek. Twee maanden geleden lieten nieuwe cijfers in Duitsland zien dat daar in zeventig jaar tijd bijna 3700 gevallen van misbruik hebben plaatsgevonden.

In augustus maakte justitie in de Amerikaanse staat Pennsylvania bekend dat minstens driehonderd geestelijken in die staat zich in zeventig jaar tijd zich aan minstens duizend slachtoffers vergrepen. Afgaand op die cijfers kan het niet anders dan dat het seksueel misbruik in Spanje groter is dan die 33 daders en 80 slachtoffers.

Hoe de kerk in Spanje de misstanden wil uitroeien, maakte Blázquez niet duidelijk maar het woord uitroeien is een vreemde term voor een kerk die er al 17 eeuwen niet in slaagt zijn leidende herders in het moreel gareel te houden zoals het voorkomen van criminele en zeer narcistische pedofilie. Komend voorjaar roept paus Franciscus de voorzitters van alle bisschoppenconferenties ter wereld naar het Vaticaan voor een top over de aanpak van het misbruik. Als dat is gebeurd komt alles weer goed door de dankbaarheid te tonen met het gebed aan de Voorzienigheid.

Casus: Peter Searson. Een narcistisch pedofiel

Peter Searson (zie foto) had als priester en aartsbisschop van Melbourne 35 jaar lang 450 jongeren sek-sueel misbruik. "Ik was als kind erg verlegen en bang voor Searson", zei het slachtoffer BVD. "Searson eiste dat ik elke zaterdag met hem naar binnen ging bij hem thuis, nadat ik zijn auto had gewassen. Het gedrag van deze priester werd steeds ernstiger seksueel pervers zoals aan geslachtsdelen zitten tot verkrachting." "Dit ging zo zes maanden door elke zaterdag weer", zei BVD en begon hard te huilen: "Searson dreigde me dat ik in de hel zou belanden als ik het iemand zou vertellen. Ik was vreselijk bang. De enige persoon waar ik nog banger voor was, was mijn moeder. Er was geen enkele manier om het haar te vertellen wat er met me gebeurde". Dit slachtoffer vertelde de hoorcommissie verder dat hij drie keer zelfmoord had proberen te plegen en dat hij nu leed aan PTSS en een ernstige depressie.

Eerder op die dag had de hoorcommissie contact met een oudkatholiek priester Philip O'Donnell, die vroeger samenwerkte met Peter Searson bij de Sunbury parochie en deze priester noemde zijn gedrag bizar. O'Donnell zei dat hij van nonnen van de parochie had gehoord dat Peter Searson in zijn kamer onderwijs over seks aan kinderen gaf. De adviserend consulent Gail Furness vroeg O'Donnell wat hij heeft gedaan met deze kennis. O'Donnell zei: "Ik kon helemaal niets doen met deze kennis."

Het was onmogelijk om Searson hiermee te confronteren, hij is een ernstig psychisch gestoord persoon. Elke poging om het over dit onderwerp te hebben zou door hem met agressieve ontkenning worden beantwoord. O'Donnell had diverse brieven naar aartsbisschop Frank Little over het gedrag van Peter Searson gestuurd, zoals de commissie bekend was, maar had het niet over seksonderwijs gehad omdat hij hier niet getuige van was geweest. Searson werd naar een andere parochie in Doveton gestuurd door Frank Little.

Niet door zijn gestoorde en agressieve gedrag naar de staf en kinderen toe, maar omdat hij weigerde administratieve opdrachten op te volgen. Aartsbisschop Little koos ervoor niet te handelen op basis van de jarenlange seksschandalen want dit zou de naam en reputatie van de Katholieke Kerk beschadigen, maar toen hij een administratieve reden had bedacht reageerde hij naar Peter Searson snel en op doeltreffende wijze.

O'Donnell vertelde de commissie verder dat er weinig twijfel was dat Rome uiteindelijk bepaalde wat er moest gebeuren met betrekking tot het seksueel misbruik van kinderen in de Australisch katholieke instituten. Little was erg loyaal aan Rome, zei O'Donnell. Hij zei verder dat Little een Aartsbisschop was, die bereid was met de druk van imperfectie van de mens om te gaan en begreep dat zijn priesters niet perfect waren en dat ze hier en daar fouten maakten, dan was dat maar zo. Frank Little zou er alles aan doen een probleem of schandaal te voorkomen. O'Donnell zei dat hij de Katholieke Kerk had verlaten omdat hij allerlei trauma's had opge-lopen door de samenwerking met Peter Searson en een andere pedofiele priester (Wilfrid Baker), en omdat hij wilde trouwen.

De commissie kreeg in 1989 van de staf van de parochie in Doveton, met toen tijdelijk bisschop George Pell, die later kardinaal werd, een lijst met grieven, inclusief Searson's seksueel misbruik met kinderen, het agressieve gedrag naar de staf, ouders en dieren toe. De bewijzen die de commissie over een periode van twee weken kreeg toonde dat Pell de informatie aan de vicaris-generaal de heer Deakin door had gegeven. Maar de klachten over Peter Searson bleven jaren daarna aanhouden.

Een ander slachtoffer van het seksueel misbruik van de herderlijke priester Peter Searson had de overheidscommissie verteld dat hij vaak opgesloten zat in een donkere kamer met de deur op slot, omdat dat dit de enige plaats was waar hij zich veilig voelde. Het slachtoffer BVD dat eerder ter sprake kwam, zei dat het seksueel misbruik was begonnen toen hij in 1978 negen jaar was en als altaar-jongen diende bij de Our Lady of Carmel parochie in Sunbury. Peter Searson was daar de parochiepriester en hem werd opgedragen om Searsons auto te wassen en zijn tuin te onderhouden.

Peter Searson was een zeer angstaan-jagende man en was zeer intimiderend, met een blik waarbij het leek alsof hij dwars door je heen keek. Noot auteur. We zien in de voorgaande casus wat er gebeurt bij seksueel misbruik door een katholiek priester (nota bene ook aartsbisschop); deze narcistische misdadiger blijkt een opvallende 'onschendbaarheid' te hebben bij andere katholieke gezagdragers. Seksueel misbruik met kinderen is naast een ernstige misdaad, een narcistisch en gewetenloze daad van de misdadiger, waarbij de persoonlijkheid van de dader ernstig psychisch gestoord is. Maar het is ook een zeer autoritaire of fascistoïde daad, omdat er sprake is van een extreem machtsverschil tussen dader en slachtoffer.

Verder zien we ook in deze casus dat de Katholieke Kerk alleen maar geïnteresseerd is om zijn naam te beschermen en geen enkele verantwoordelijkheid neemt. Het seksueel misbruik van jonge slachtoffers, met hun levenslange trauma's, wordt totaal ondergeschikt gemaakt, zoals we dat bij de inquisitie en andere misdaden tegen de menselijkheid al eeuwen hebben gezien bij de Katholieke Kerk.