Friedrich Nietzsche

Hier Friedrich Nietzsche's uitspraken over het christendom uit zijn boek: "De Antichrist" wat hij geschreven heeft rond 1885. In ieder geval een filosoof en wijsgeer die zijn vak verstaat en zich niet laat meeslepen door het leugenachtig en misdadige christendom.
Friedrich Nietzsche was een groot natuurliefhebber en wandelde maanden achtereen door bossen. Zijn liefde voor de natuur stond haaks op het christendom waarbij ongeveer alles tegen de natuur is. Er zijn maar weinig filosofen, die zich zo duidelijk als Nietzsche, tegen het christendom durven uit te spreken.

  • Men moet het christendom niet opsmukken en mooier voorstellen: het heeft een oorlog opleven en dood gevoerd tegen dit hogere type mens, het heeft alle basisinstincten van dit type in de ban gedaan. Het heeft uit deze instincten het boze, de boze gedestilleerd - de sterke mens als de typisch verwerpelijke, de 'verworpen mens'.
  • Noch de moraal noch de religie hebben in het christendom ergens een raakpunt met de werkelijkheid.
  • Wie heeft als enige redenen om zichzelf uit de werkelijkheid weg te liegen? Hij die eraan lijdt. Maar aan de werkelijkheid lijden betekent een mislukte werkelijkheid zijn…
  • Het overwicht van onlustgevoelens over lustgevoelens is de oorzaak van die fictieve moraal en religie: een dergelijk overwicht levert echter de formule voor de decadentie….
  • De goede god, evenzeer als de duivel: allebei misgeboorten van de decadentie.
  • Hoe is het mogelijk dat men vandaag de dag nog zo ver meegaat met de simpelheid der christelijke theologen dat men hen decreteert dat de ontwikkeling van het godsbegrip van de 'God van Israël', van de volksgod, tot de christelijke God, tot een God die al het goed in zich verenigt, een vooruitgang zou zijn?
  • Het christelijk godsbegrip - God als ziekengod, God als spin, God als geest - is een van de meest corrupte godsbegrippen waartoe men op aarde in staat is geweest.
  • God gedegenereerd tot verzet tegen het leven, in plaats van dat hij er de verheerlijking en het eeuwige Ja van is!
  • Christelijk is een bepaalde neiging tot wreedheid jegens zichzelf en anderen; de haat tegen andersdenkenden; de wil om te vervolgen.
  • Lijdende mensen moet men overeind houden door middel van een hoop die door geen werkelijkheid weerlegd kan worden, die nooit in vervulling gaat en dus nooit afgedaan wordt: hoop op een hiernamaals.
  • De priester leeft van de zonden, het is voor hem van wezenlijk belang dat er 'gezondigd' wordt.
  • Het noodlot van het christendom ligt in de onvermijdelijkheid dat het bijbehorende geloof zelf even ziek, laag en vulgair moest worden als de behoeften ziek, laag en vulgair waren die ermee bevredigd moesten worden.
  • Zelfs wanneer we op het punt van eerlijkheid zo bescheiden mogelijke eisen stellen, moeten we vandaag de dag weten dat een theoloog, een priester, een paus met elke zin die hij uitspreekt niet alleen dwaalt, maar liegt - dat het hem niet meer vrijstaat uit 'onschuld', uit 'onwetenheid' te liegen.
  • Alle begrippen van de kerk zijn ontmaskerd als dat wat ze zijn, de boosaardige valsemunterij die er bestaat, met als doel de natuur, de natuurwaarden hun waarde te ontzeggen; de priester zelf is ontmaskerd als dat wat hij is, de gevaarlijkste soort parasiet, de feitelijk gifspin van het leven…
  • Het 'evangelie' stierf aan het kruis.
  • Door God te laten oordelen, oordelen zij zelf; door God te verheerlijken, verheerlijken zijn zichzelf; door de deugden voor te schrijven waartoe zijn toevallig in staat zijn - sterker nog, die zij nodig hebben om zich staande te houden-, eigenen zij zich de grootste schijn toe van een worsteling om de deugd, van een strijd om de heerschappij van de deugd.
  • Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt?
  • De paus, bisschoppen en priesters hebben de oorlog altijd nodig gehad.
  • De priester kent slechts, één groot gevaar: de wetenschap - het gezond begrip van oorzaak en gevolg.
  • De Kerk heeft uitsluitend gekken ofwel grote oplichters heilig verklaard 'in majoren dei honorem' (tot meerdere eer van God).
  • Het staat niemand vrij christen te worden: men wordt niet tot het christendom 'bekeerd',-men moet er ziek genoeg voor zijn…
  • Het christendom was een overwinning, een voornamere mentaliteit is eraan te gronde gegaan,-het christendom is tot dusverre het grootste onheil dat de mensheid overkwam.
  • 'Geloof' betekent niet willen weten wat waar is.
  • De mens van geloof de 'gelovigen' van welk type ook is noodzakelijkerwijs een afhankelijk mens - iemand die zichzelf niet als doel kan nemen, die van zichzelf uit helemaal geen doelen kan stellen.
  • Dat in het christendom de 'heilige' doelen ontbreken is mijn tegenwerping tegen zijn middelen. Uitsluitend slechte doeleinden: vergiftiging, belastering, ontkenning van het leven, de verachting van het lichaam, de kleinering, en zelfschennis van de mens door middel van het begrip zonde, - dus zijn ook zijn middelen slecht.
  • Ik veroordeel het christendom, ik breng tegen de christelijk Kerk de vreselijkste aanklacht in die ooit door een aanklager in de mond is genomen. Voor mij is zij de opperst denkbare vorm van corruptie, zij heeft de wil gehad tot het uiterste wat op het gebied van corruptie maar mogelijk is.
  • Het schuldoffer en wel in zijn weerzinwekkendste, meerst barbaarse vorm, het offer van de onschuldige voor de zonden van de schuldigen! Welk een huiveringwekkend heidendom!
  • Wat is schadelijker dan alle ondeugden? - Het daadwerkelijke medelijden met alle mislukkelingen en zwakkelingen - het christendom...
  • De christelijke beweging is als Europese beweging van meet af aan een collectieve beweging van alle mogelijke uitschot- en afvalelementen (die met het christendom naar de macht streven).
  • Het christendom heeft partij gekozen voor alles wat zwak, laag en mislukt is, het heeft de ontkenning van de overlevingsinstincten van het sterke leven tot een ideaal verheven; het heeft de rede van zelfs de geestelijk sterkste naturen verdorven door hun de hoogste waarden van de geest als zondig, als misleidend, als bekoringen te leren ervaren.
  • Het christelijke besluit om de wereld lelijk en slecht te vinden, heeft de wereld lelijk en slecht gemaakt.
  • De fantasie van vele christelijke heiligen was soms onvoorstelbaar smerig. Krachtens de theorie dat deze begeerten echte demonen waren die in hen huis hielden, voelden zij zich daarbij niet al te zeer aansprakelijk: aan dat gevoel danken wij de veelzeggende oprechtheid van hun zelfportretten.
  • Predik het geloof totdat je het hebt en dan zal je het prediken omdat je het hebt.